Je pakt je telefoon erbij zonder dat je precies weet waarom. Gewoon even scrollen en een halfuur later leg je hem weg met een leeg gevoel. Niet voldaan, niet ontspannen, eigenlijk een beetje futloos of misschien juist opgejaagd.
Of misschien herken je het in een andere vorm. De reep chocolade waarvan je er maar één stukje wilde, maar toch de hele reep opat. Je sportschool bezoek die je écht nodig had, maar die niet goed genoeg voelde. Het dieet dat steeds strikter werd. De game die je ‘nog even’ speelde tot het middernacht was.
We jagen allemaal iets na en toch voelt het zelden zo goed als we hadden gehoopt.
Dopamine is niet wat je denkt
Waarschijnlijk heb je wel eens gehoord dat dopamine het ‘geluksstofje’ is. Dit klopt niet helemaal en dit kleine misverstand verklaart veel.
Dopamine is namelijk niet het stofje dat je gelukkig maakt, het is het stofje dat je iets laat willen. Het zet je in beweging (motivatie) richting een beloning. Het fluistert: “Daar, dat wil je hebben.”, maar de voldoening zelf, die komt vanuit een samenspel met andere neurotransmitters die bijdragen aan het geluksgevoel:
- Serotonine geeft je een gevoel van rust, tevredenheid. Het stofje dat zacht zegt: “dit is genoeg”.
- Oxytocine zorgt voor verbondenheid, veiligheid en vertrouwen.
- Endorfine zorgt voor een gevoel van euforie en pijndemping, vooral bij fysieke inspanning.
Dopamine is het verlangen, niet de vervulling en dat is precies waarom je na die hele reep chocolade nog steeds niet echt tevreden bent. Je brein wilde meer, meer, meer, maar de echte voldoening, die rustige tevredenheid van serotonine, werd nooit echt bereikt. Dopamine bleef maar roepen, terwijl het gevoel van “genoeg” uitbleef.
Herken jij jezelf hierin?
Vanuit mijn nieuwsgierigheid over dit onderwerp, bekeek ik onlangs de VPRO Tegenlicht uitzending over dopamine, met psychiater Anna Lembke. Wat Anna hier ook bespreekt is herkenbaar, want het spectrum van wat ons brein als ‘beloning’ ervaart is breed.
Zo gaat het niet alleen over drugs of alcohol, maar ook over:
- Het stukje chocolade dat er toch nog eentje wordt
- De likes en reacties die je steeds vaker checkt
- De sportprestaties die nooit goed genoeg zijn
- Het dieet dat steeds extremer wordt
- Het perfecte uiterlijk dat net buiten bereik blijft
- De game waar je ‘nog even’ in verdwijnt
Dit zijn dus geen zwakheden, maar pure biologie. Ons brein is gemaakt om beloningen na te jagen en was ooit een groot onderdeel van ons overlevingsinstinct. Maar in een wereld vol overvloed, waar elke beloning op één klik beschikbaar is, werkt dit mechanisme tegen ons.
De keerzijde die alles verandert
Anna Lembke stelt iets dat op het eerste gezicht vreemd klinkt: hoe meer plezier je najaagt, hoe minder je er nog van voelt.
Ons brein streeft voortdurend naar balans. Als je steeds meer dopamine aanmaakt door prikkels te zoeken, past het brein zich aan. Het beloningssysteem raakt als het ware afgestompt. Je hebt steeds meer nodig voor hetzelfde effect. En ondertussen verliest het brein zijn vermogen om te genieten van gewone, kleine dingen.
De conclusie die Anna trekt is dus verrassend scherp: hoe meer plezier je najaagt, hoe minder je brein in staat is om het nog te voelen. Niet omdat je zwak bent en niet omdat je wilskracht tekortschiet, maar omdat je brein gewoon doet wat het altijd heeft gedaan. Het past zich aan, aan wat jij het geeft.
Dopamine rush
In de VPRO Tegenlicht uitzending die ik eerder benoemde, legt Anna Lembke dit alles helder en toegankelijk uit. Ze maakt iets los in de vorm van herkenning met daarna de vraag: wacht, doe ik dit ook?
De verrassende uitweg: Dopamine vasten
Anna pleit voor iets wat ze dopamine vasten noemt. En nee, dit betekent niet dat je voortaan in een lege kamer moet zitten zonder telefoon, eten of plezier.
Haar idee is eenvoudiger dan dat, namelijk: Bewust ruimte creëren! Tijdelijk stoppen met de prikkel die jou gevangen houdt (of dat nu scrollen, snoepen of iets anders is), niet als straf, maar als reset. Wat er dan gebeurt is bijzonder, want hoe langer je zonder je ‘shot’ kunt, hoe gevoeliger je brein weer wordt voor kleine dingen. Een kop thee, een wandeling of een goed gesprek. Dingen die je eerder nauwelijks registreerde, voelen opeens weer waardevol.
De vrijheid zit hem niet in meer plezier vinden. Maar in minder nodig hebben.
Wat is jouw valkuil?
Welke prikkel houd jou gevangen? Waarvan merk jij dat je steeds meer nodig hebt, met steeds minder voldoening, ten koste van… ? Bij scrollen, bij eten, bij sporten, bij het checken van je telefoon?
Het hoeft geen grote ontdekking of conclusie te zijn. Misschien is de eerste stap simpelweg het opmerken, zonder oordeel, zonder actieplan. Gewoon eerlijk kijken naar waar je brein steeds weer naar toe trekt en je afvragen of het je echt geeft wat je zoekt❤️
